ECLI:NL:PHR:2008:BB9862
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontoereikende motivering afwijzing getuigenverzoeken in drugszaak
In deze zaak stond de vraag centraal of het Hof Amsterdam terecht verzoeken tot het horen van getuigen had afgewezen in een strafzaak tegen verdachte wegens drugshandel. De verdediging had meerdere getuigenverzoeken ingediend, waaronder het horen van getuige [betrokkene 1] en [betrokkene 4], die in Suriname verbleef en niet wilde verschijnen.
Het Hof had het verzoek tot het horen van [betrokkene 1] afgewezen omdat deze reeds door de rechter-commissaris was gehoord en er geen nieuwe gronden waren aangevoerd. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof niet duidelijk had gemotiveerd of het horen van deze getuige noodzakelijk was voor het verdedigingsbelang, zoals vereist volgens art. 288 lid Pro 1c Sv (oud).
Ten aanzien van het verzoek om [betrokkene 4] te horen via een rogatoire commissie in Suriname, wees het Hof dit af met de motivering dat de wet dit niet voorschrijft. De Hoge Raad stelde dat dit onjuist was en dat het Hof de noodzaak van het verzoek had moeten toetsen volgens art. 316 Sv Pro.
Verder behandelde de Hoge Raad de strafoplegging en concludeerde dat het Hof terecht rekening had gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een psychiatrische voorgeschiedenis, maar dat deze niet relevant waren gebleken voor de strafoplegging. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering en onjuiste maatstaf bij afwijzing van getuigenverzoeken; de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.