ECLI:NL:HR:2006:AU7092
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep verworpen in zaak medeplegen voorbereiding invoer cocaïne
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het voorbereiden van de invoer van cocaïne vanuit Suriname naar Nederland. Het hof had de verdachte vrijgesproken van een aantal tenlastegelegde feiten, maar veroordeelde hem tot achttien maanden gevangenisstraf voor het medeplegen van voorbereidingshandelingen.
De verdediging stelde onder meer dat het hof niet uitdrukkelijk had beslist op een strafmaatverweer dat verband hield met de tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis, waaronder verzoeken tot schorsing van voorlopige hechtenis om begrafenissen bij te wonen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was hier expliciet op te beslissen en dat de strafoplegging voldoende was gemotiveerd, waarbij het hof rekening hield met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het was begaan en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De Hoge Raad volgde het advies van de Advocaat-Generaal en verwierp het cassatieberoep. Daarmee bleef het arrest van het hof in stand. De straf van achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, werd bevestigd. De Hoge Raad benadrukte dat de waardering van strafopleggingsfactoren aan de feitenrechter is voorbehouden.
Deze uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent de motivering van strafoplegging en de beoordelingsvrijheid van het hof bij strafzaken betreffende drugshandel en medeplegen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, blijft in stand.