ECLI:NL:HR:2006:AU7125
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorbedachte raad bij moord ondanks psychotisch depressief ziektebeeld
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens moord op zijn echtgenote. Het hof stelde vast dat verdachte met kalm beraad en rustig overleg handelde, wat duidt op voorbedachte raad, ondanks zijn psychotisch depressieve stoornis met ontrouwwaan.
Het bewijs bestond onder meer uit een bekentenis van verdachte waarin hij gedetailleerd beschreef hoe hij zijn vrouw met een mes meerdere keren stak na een periode van beraad. Het hof verwierp het verweer dat zijn geestesgesteldheid het ontbreken van voorbedachte raad zou betekenen, omdat verdachte voldoende inzicht had in zijn handelen en de gevolgen daarvan.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. De psychotische depressie sloot niet uit dat verdachte kalm beraad pleegde. Ook het feit dat verdachte kort na de daad zelf de politie belde, wees op bewustzijn van de ernst van zijn handelen. Het beroep werd derhalve verworpen en de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf wegens moord met voorbedachte raad ondanks psychotisch depressief ziektebeeld.