ECLI:NL:HR:2006:AU8074
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat masseur/hypnotherapeut valt onder gezondheidszorg in art. 249 Sr
In deze strafzaak stond centraal of de verdachte, werkzaam als masseur en hypnotherapeut, viel onder de definitie van 'werkzaam in de gezondheidszorg' zoals bedoeld in artikel 249 lid 2 sub Pro 3 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte was in hoger beroep vrijgesproken door het Gerechtshof Amsterdam, dat oordeelde dat hij niet werkzaam was in de gezondheidszorg in de zin van dit wetsartikel.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal werd gevolgd waarin werd gesteld dat bij de uitleg van artikel 249 lid 2 sub Pro 3 Sr aansluiting moet worden gezocht bij de Wet BIG. Deze wet geeft een ruime omschrijving van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, waarbinnen ook de werkzaamheden van de verdachte vallen.
De Hoge Raad bevestigt hiermee dat de verdachte als masseur/hypnotherapeut onder de gezondheidszorg valt en dat het hof ten onrechte tot vrijspraak is gekomen. Het arrest van het hof wordt vernietigd en het cassatieberoep verworpen. De strafrechtelijke kwalificatie en de toepassing van artikel 249 lid 2 sub Pro 3 Sr worden hiermee bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de verdachte valt onder de gezondheidszorg in de zin van art. 249 lid 2 sub 3 Sr.