ECLI:NL:HR:2006:AU8074

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00354/05
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 lid 2 sub 3 SrWet BIG
Verwijzingen
3 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat masseur/hypnotherapeut valt onder gezondheidszorg in art. 249 Sr

In deze strafzaak stond centraal of de verdachte, werkzaam als masseur en hypnotherapeut, viel onder de definitie van 'werkzaam in de gezondheidszorg' zoals bedoeld in artikel 249 lid 2 sub Pro 3 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte was in hoger beroep vrijgesproken door het Gerechtshof Amsterdam, dat oordeelde dat hij niet werkzaam was in de gezondheidszorg in de zin van dit wetsartikel.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal werd gevolgd waarin werd gesteld dat bij de uitleg van artikel 249 lid 2 sub Pro 3 Sr aansluiting moet worden gezocht bij de Wet BIG. Deze wet geeft een ruime omschrijving van handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, waarbinnen ook de werkzaamheden van de verdachte vallen.

De Hoge Raad bevestigt hiermee dat de verdachte als masseur/hypnotherapeut onder de gezondheidszorg valt en dat het hof ten onrechte tot vrijspraak is gekomen. Het arrest van het hof wordt vernietigd en het cassatieberoep verworpen. De strafrechtelijke kwalificatie en de toepassing van artikel 249 lid 2 sub Pro 3 Sr worden hiermee bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de verdachte valt onder de gezondheidszorg in de zin van art. 249 lid 2 sub 3 Sr.

Uitspraak

17 januari 2006
Strafkamer
nr. 00354/05
AGJ/AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 juli 2004, nummer 23/004526-03, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft, na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 2 december 2003, in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 23 mei 2001, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding onder 1 primair tenlastegelegde en hem voorts ter zake van "ontucht plegen als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg met iemand die zich als cliënt aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd, meermalen gepleegd" veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.T.R.F. Carli, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. De conclusie is aan dit arrest gehecht.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte werkte in de gezondheidszorg als bedoeld in art. 249 Sr Pro.
3.2. Het middel kan niet tot cassatie leiden op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 20.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 17 januari 2006.