ECLI:NL:HR:2006:AU8115
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor overtreding Wet toezicht kredietwezen 1992 wegens bedrijfsmatig aantrekken van gelden van het publiek
De verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het bedrijfsmatig bemiddelen bij het aantrekken van op termijn opvorderbare gelden van het publiek in Nederland en België in de periode van 1996 tot 1999. Het hof interpreteerde de term "bedrijfsmatig" als handelen binnen een onderneming of stelselmatig buiten een dergelijk kader, en "van het publiek" als buiten een besloten kring, waarbij professionele marktpartijen niet tot het publiek worden gerekend.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof een onjuiste uitleg had gegeven aan de term "van het publiek" zoals bedoeld in artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof een juiste rechtsopvatting had gehanteerd, mede gelet op de wetsgeschiedenis en beleidsregels, en dat particuliere beleggers in beginsel als publiek moeten worden aangemerkt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen hechtenis. Tevens werd bepaald dat ieder zijn eigen kosten draagt. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot een taakstraf wegens overtreding van artikel 82 Wtk 1992.