ECLI:NL:HR:2006:AU8319
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- R. Herrmann
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verhaalsrecht verzekeraar bij alcoholgerelateerd ongeval onder wagenparkverzekering
De zaak betreft een geschil tussen de wagenparkverzekeraar Achmea en de bestuurder van een geleasde personenauto die onder invloed van alcohol betrokken was bij een eenzijdig ongeval. Achmea had aan BMW Lease B.V. een bedrag uitgekeerd voor cascoschade en wilde dit bedrag verhalen op de bestuurder op grond van uitsluitings- en verhaalsvoorwaarden in de verzekeringsovereenkomst.
De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, omdat volgens het hof de bestuurder niet als derde in de zin van art. 284 (oud) Wetboek van Koophandel kon worden aangemerkt en bovendien niet vaststond dat de bestuurder voorafgaand aan het ongeval bekend was met het verhaalsrecht van Achmea.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de bestuurder niet als derde kan worden aangemerkt en dat het verhaalsrecht alleen kan worden uitgeoefend als de bestuurder vooraf bekend was met dit recht. De Hoge Raad stelt dat de bestuurder als begunstigde uit een derdenbeding partij is bij de verzekeringsovereenkomst en zich niet kan beroepen op onbekendheid met het verhaalsrecht. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.