ECLI:NL:HR:2006:AU9422
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging moord met voorbedachte rade
Op 1 juli 2003 heeft verdachte te Amstelveen het slachtoffer meerdere malen met een mes gestoken, met het oogmerk om het slachtoffer van het leven te beroven. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf wegens poging moord met voorbedachte rade. Verdachte stelde in cassatie dat het hof tegenstrijdige bewijsmiddelen gebruikte en dat de bewijsvoering onvoldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht geen geloof hechtte aan de verklaringen van verdachte die afweken van die van het slachtoffer. Het hof vond de lezing van verdachte ongeloofwaardig en baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en medische rapporten. Het hof concludeerde dat het onmogelijk was dat het mes snel en zonder beschadiging uit de tas van het slachtoffer gehaald kon worden, wat de lezing van verdachte ondermijnde.
De Hoge Raad verwierp de klachten over de bewijsoverwegingen, waaronder het ontbreken van aanduiding van een wettig bewijsmiddel voor een bepaalde omstandigheid, omdat dit van ondergeschikte aard was. Ook de klacht over de vaststelling van de afmetingen van het mes en de tas faalde. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot negen jaar gevangenisstraf wegens poging moord met voorbedachte rade.