ECLI:NL:HR:2006:AV0827
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert boete wegens schending redelijke termijn in belastingzaak
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd over de periode 1998-2000. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het hof, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte niet heeft meegewogen dat de behandeling van de zaak niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro. De termijn tussen kennisgeving boete en uitspraak hof bedroeg meer dan twee jaar en tien maanden zonder bijzondere omstandigheden.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de boetebeschikking betreft en vermindert de boete met 10%. Tevens wordt belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. De overige klachten worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt verminderd met 10% wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard.