ECLI:NL:HR:2006:AV1613
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid van APV-bepaling over zitten op drempel zonder bevoegdheid
De verdachte werd veroordeeld voor het zonder daartoe bevoegd te zijn zitten op de drempel van een gebouw aan de Krayenhoffstraat te 's-Gravenhage, in strijd met artikel 78, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Politieverordening (APV) 's-Gravenhage 1982. Het hof had de verdachte bij verstek veroordeeld tot een geldboete van zestig euro, subsidiair een dag hechtenis.
In cassatie stelde de verdachte dat de APV-bepaling in strijd was met het bepaaldheidsbeginsel zoals neergelegd in artikel 16 Grondwet Pro, artikel 1 Sr Pro en artikel 7 EVRM Pro, en dat de bepaling een ongeoorloofde inbreuk maakte op het recht op bewegingsvrijheid (liberty of movement) zoals gewaarborgd in artikel 12 IVBPR Pro en artikel 2 van Pro het Vierde Protocol bij het EVRM.
De Hoge Raad oordeelde dat de APV-bepaling voldoende concreet en duidelijk is, zodat het bepaaldheidsbeginsel niet wordt geschonden. Verder achtte de Hoge Raad de beperking van het recht op bewegingsvrijheid gerechtvaardigd door het oog op handhaving van de openbare orde en veiligheid, zoals voorzien in de verdragsbepalingen. Het beroep werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Deze uitspraak bevestigt dat gemeentelijke verordeningen die gedragingen op of aan de weg rondom gebouwen verbieden, mits duidelijk geformuleerd en gericht op openbare orde, niet in strijd zijn met hogere rechtsnormen omtrent strafbaarheid en bewegingsvrijheid.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling wegens overtreding van artikel 78, eerste lid, onderdeel a, APV 's-Gravenhage 1982.