ECLI:NL:PHR:2010:BK9728
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over samenscholingsverbod in Utrecht wegens onjuiste uitleg en juridische onduidelijkheid
In deze zaak stond de vraag centraal of de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het overtreden van het samenscholingsverbod in de wijk Kanaleneiland-Noord te Utrecht, zoals opgenomen in artikel 10 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Utrecht. Het hof had de verdachte veroordeeld op basis van het feit dat hij deel uitmaakte van een groep van vijf of meer jongeren op een openbare plaats, terwijl hij behoorde tot de groep die door de burgemeester was aangeschreven voor het intensieve handhavingsbeleid.
De verdediging voerde aan dat het samenscholingsverbod onduidelijk en onverbindend was, onder meer omdat het niet duidelijk omschreef welk gedrag strafbaar was, en dat het handhavingsbeleid van de burgemeester onrechtmatig was. Het hof verwierp deze verweren en oordeelde dat het samenscholingsverbod wettelijk was gebaseerd en voldeed aan het bepaaldheidsgebod. Het hof achtte het intensieve handhavingsbeleid ook verbindend en niet in strijd met fundamentele rechtsbeginselen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof een onjuiste uitleg had gegeven aan het begrip 'samenscholing'. Het hof had onvoldoende rekening gehouden met het vereiste van een daadwerkelijke verstoring van de openbare orde en de negatieve connotatie van het begrip, waardoor het begrip te ruim werd geïnterpreteerd. Bovendien was de tenlastelegging juridisch onduidelijk doordat zij verwees naar het handhavingsbeleid van de burgemeester, terwijl dit geen onderdeel uitmaakt van de strafwetgeving. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en gaf de zaak terug voor een nieuwe beoordeling, met de aanbeveling om de dagvaarding nietig te verklaren wegens de juridische onduidelijkheid.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege onjuiste uitleg van het samenscholingsverbod en juridische onduidelijkheid in de tenlastelegging.