ECLI:NL:HR:2006:AV2642
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vernietiging vaststellingsovereenkomst na ontslag op staande voet
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een advocatenkantoor en een voormalige advocaat-stagiaire die op staande voet werd ontslagen. De eiseres stelde dat de vaststellingsovereenkomst van 23 augustus 2001 en het ontslag op staande voet van 31 augustus 2001 vernietigbaar waren en vorderde betaling van achterstallig salaris, onkostenvergoeding en schadevergoeding.
De kantonrechter wees de vordering tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst af, kende de loonvorderingen toe en compenseerde de proceskosten. Het hof verklaarde het hoger beroep van de verweerster niet-ontvankelijk, vernietigde het vonnis voor zover het de veroordeling van de verweerster betrof, wees de vorderingen van de eiseres af en veroordeelde haar in de kosten.
De eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af. De eiseres werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de afwijzing van de vorderingen van de voormalige advocaat-stagiaire.