ECLI:NL:HR:2006:AX2303
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoeken tegen leden Hoge Raad in cassatiebelastingzaken
Verzoeker stelde beroep in cassatie tegen uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam over aanslagen inkomstenbelasting voor de jaren 1987 en 1989. Tijdens de procedure verzocht hij om wraking van alle leden van de Hoge Raad die bij zijn zaak betrokken waren, stellende dat de Hoge Raad partijdig zou zijn ten gunste van de fiscus.
De Hoge Raad behandelde de wrakingsverzoeken op 5 april 2006 en gaf verzoeker de gelegenheid om gehoord te worden. Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 29 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen is wraking alleen mogelijk tegen rechters die de zaak behandelen. Verzoeken tegen leden die niet bij de behandeling betrokken waren, zijn daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad oordeelde dat het verliezen van eerdere zaken in cassatie geen aanwijzing is voor vooringenomenheid. Verder werden geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die de onpartijdigheid van de rechters aantasten. Daarom wees de Hoge Raad de wrakingsverzoeken tegen de betrokken leden af.
De beslissing werd op 12 mei 2006 in het openbaar uitgesproken door de vice-presidenten van der Putt-Lauwers en Van Vliet en raadsheer Punt.
Uitkomst: Wrakingsverzoeken tegen niet-behandelde leden niet-ontvankelijk en verzoeken tegen behandelde leden afgewezen.