ECLI:NL:HR:2006:AX7471
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in belastingfraudezaak geoorloofd
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor belastingfraude op basis van microfiches met bankgegevens die oorspronkelijk in Luxemburg door diefstal of verduistering waren verkregen. Deze microfiches kwamen via Belgische autoriteiten terecht bij de Nederlandse fiscus. Het hof stelde vast dat de overdracht van deze documenten aan Nederland rechtsgeldig was op grond van een Europese richtlijn.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen en daarom uitgesloten moest worden. Het hof onderzocht de herkomst van het bewijs en concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat overheidsdienaren betrokken waren bij de diefstal of verduistering. Ook het rapport van het Belgische Comité P. dat kritiek uitte op de omgang met een informant, deed hieraan niet af.
De Hoge Raad bevestigde dat het gebruik van dergelijk bewijs in een strafzaak niet wordt uitgesloten enkel omdat het door particulieren onrechtmatig is verkregen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot een taakstraf en geldboete wegens belastingfraude.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor belastingfraude en oordeelt dat het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs via Belgische autoriteiten geoorloofd is.