ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8625
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt rechtmatigheid navorderingsaanslagen en vernietigt aanslagen voor jaren 1997-1999
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 23 september 2010 uitspraak gedaan in een geschil over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting voor de jaren 1990 tot en met 2000. De inspecteur stelde dat belanghebbende houder was van buitenlandse bankrekeningen bij de Kredietbank Luxembourg, waarop belastbare inkomsten werden genoten. Navorderingsaanslagen werden opgelegd met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR.
Belanghebbende en de inspecteur bereikten mondeling gedeeltelijke overeenstemming over een vaststellingsovereenkomst, maar deze is niet ondertekend en derhalve niet bindend verklaard door het Hof. Het geschil betrof onder meer de voortvarendheid van de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslagen en de rechtmatigheid van de boeten op grond van artikel 6 EVRM Pro.
Het Hof oordeelde dat de inspecteur de navorderingsaanslagen binnen een aanvaardbaar tijdsverloop heeft opgelegd, gelet op de omvang van het onderzoek en de complexiteit van de identificatie van rekeninghouders. De navorderingsaanslagen voor de jaren 1997, 1998 en 1999 werden vernietigd, terwijl de overige aanslagen werden verminderd. De boeten werden gehandhaafd, waarbij het beroep op een vonnis van een Brusselse rechtbank werd verworpen. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen voor 1997-1999 worden vernietigd, overige aanslagen verminderd, boeten gehandhaafd en proceskosten toegewezen.