ECLI:NL:HR:2006:AX9388
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens beroepsaansprakelijkheid advocaat in sociale verzekeringszaak
Eiseres vorderde een bedrag van ƒ 71.257,54 vermeerderd met wettelijke rente van haar voormalig advocaat wegens een beweerde beroepsfout, namelijk het niet aanzeggen van wettelijke rente in een sociale verzekeringszaak. De rechtbank Maastricht wees de vordering af, wat door het gerechtshof 's-Hertogenbosch werd bekrachtigd met verbeterde gronden.
Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding, die nihil werden begroot. Hiermee bleef de eerdere afwijzing van de vordering wegens beroepsaansprakelijkheid ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering wegens beroepsaansprakelijkheid wordt afgewezen.