ECLI:NL:HR:2006:AY0198

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03489/05 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552f SvArt. 6 EVRMArt. 36b.2 SrArt. 33c.2 SrArt. 33c.3 Sr
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake onttrekking aan verkeer van hennepkwekerijbenodigdheden

In deze zaak stond de onttrekking aan het verkeer van voorwerpen die gebruikt waren voor het kweken van hennep centraal. De betrokkene had bezwaar gemaakt tegen de duur van de procedure, die 3 jaar en 8 maanden bedroeg, en vorderde compensatie. De rechtbank oordeelde echter dat de betrokkene geen nadeel had ondervonden door de lange procedure en wees compensatie af. Tevens werd geoordeeld dat waardevermindering van de voorwerpen geen nadeel oplevert omdat het ging om voorwerpen die niet in het verkeer mogen terugkeren.

De betrokkene voerde aan dat de inbeslaggenomen voorwerpen legaal waren verkregen, maar de rechtbank vond dat de voorwerpen, gezien hun gebruik voor hennepkweek, vatbaar waren voor onttrekking aan het verkeer. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het feit dat het beslag was opgeheven door vernietiging niet in de weg stond aan een afzonderlijke rechterlijke beschikking tot onttrekking.

Het cassatieberoep werd verworpen omdat de middelen niet tot cassatie konden leiden en er geen reden was om de beschikking ambtshalve te vernietigen. De Hoge Raad benadrukte dat art. 6 EVRM Pro van toepassing is op de procedure tot onttrekking en dat schending van de redelijke termijn niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie leidt, maar wel tot een mogelijke geldelijke tegemoetkoming indien noodzakelijk om onevenredige benadeling te voorkomen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking tot onttrekking aan het verkeer zonder compensatie voor de duur van de procedure.

Uitspraak

26 september 2006
Strafkamer
nr. 03489/05 B
AGJ/MR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 18 oktober 2005, nummer RK 05/279, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
De Rechtbank heeft de ontheffing gelast op de in de daartoe strekkende vordering genoemde voorwerpen.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. Th. Boumans, advocaat te Heerlen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beschikking ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2006.