ECLI:NL:HR:2006:AY3744
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte bedrijfsfusievrijstelling en kapitaalsbelasting bij aandelenfusie
Belanghebbende heeft kapitaalsbelasting betaald over aandelenemissies in het kader van de ontvlechting en verkoop van een concern. Hij maakte bezwaar tegen de heffing en verzocht om teruggaaf, maar dit werd door de inspecteur en het Hof afgewezen. Het geschil betrof de vraag of de bedrijfsfusievrijstelling van artikel 37 WBR Pro van toepassing was op de aandelenfusie.
Het Hof oordeelde dat de aandelenpakketten die werden ingebracht geen zelfstandig onderdeel van een onderneming vormden, zodat de vrijstelling niet van toepassing was. Tevens werd geoordeeld dat er geen strijd was met het gelijkheidsbeginsel of het EG-recht, en dat de claw-backbepaling terecht werd toegepast.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. De Nederlandse wetgever heeft bij de implementatie van de richtlijn een ruime beoordelingsvrijheid en heeft die niet overschreden. Er is geen sprake van strijd met het EVRM of het EG-verdrag. De proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de kapitaalsbelastingheffing blijft in stand.