ECLI:NL:HR:2006:AY7363
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik DNA-onderzoek ondanks vormverzuimen bij toestemming
In deze strafzaak heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 34 maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, wegens diefstal met geweld door meerdere personen. Verdachte stelde in cassatie dat het DNA-onderzoek onrechtmatig was omdat niet aan alle wettelijke vereisten voor schriftelijke toestemming was voldaan, met name het ontbreken van informatie over het recht op bijstand van een raadsman en de opname van het DNA-profiel in de databank.
De Hoge Raad overweegt dat hoewel deze procesrechtelijke vormverzuimen hebben plaatsgevonden, het hof terecht heeft geoordeeld dat deze onvoldoende grond vormen voor bewijsuitsluiting. Er is geen aanwijzing dat verdachte niet vrijwillig toestemming zou hebben gegeven als hij volledig was geïnformeerd. Bovendien is het DNA-materiaal op een zo min mogelijk ingrijpende wijze verkregen.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat het DNA-onderzoek en de resultaten daarvan als bewijs mogen worden gebruikt, ondanks de geconstateerde verzuimen in de procedure.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het DNA-onderzoek mag als bewijs worden gebruikt ondanks vormverzuimen.