ECLI:NL:PHR:2007:AZ8411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over rechtmatigheid DNA-afname en gesloten stelsel van rechtsmiddelen
In deze zaak gaat het om de rechtmatigheid van de afname van DNA-materiaal bij verdachte op 15 januari 2004. De officier van justitie gaf een bevel tot afname van wangslijm, terwijl de rechter-commissaris op 16 januari 2004 de inverzekeringstelling onrechtmatig had geoordeeld wegens onvoldoende verdenking. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van ernstige bezwaren ten tijde van het bevel, mede omdat het OM geen hoger beroep had ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de officier van justitie gebonden was aan het oordeel van de rechter-commissaris omtrent de inverzekeringstelling. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen verhindert niet dat de zittingsrechter zich een zelfstandig oordeel vormt over de rechtmatigheid van het bevel tot DNA-afname. Verder concludeert de Hoge Raad dat het bevel tot DNA-afname in strijd met de wet is gegeven omdat er geen ernstige bezwaren waren ten tijde van het bevel.
Daarnaast bespreekt de Hoge Raad de uitleg van artikel 151b lid 2 Sv over de hoorplicht van de verdachte. De Hoge Raad oordeelt dat deze bepaling geen absolute hoorplicht inhoudt, maar slechts een verplichting om de verdachte gelegenheid te bieden gehoord te worden. In deze zaak was verdachte geïnformeerd via een informatiebrief en heeft hij geen verzoek tot horen gedaan. De Hoge Raad vindt echter dat de sanctie van bewijsuitsluiting in deze zaak terecht is, omdat het bevel onrechtmatig was gegeven en het belang van de verdachte werd geschaad.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij het hof zelfstandig moet onderzoeken of er ernstige bezwaren waren ten tijde van het bevel en of aan de vormvoorschriften is voldaan.
Uitkomst: Het bevel tot DNA-afname was onrechtmatig gegeven, het hof heeft het oordeel van de rechter-commissaris ten onrechte als bindend beschouwd, en de zaak wordt vernietigd en terugverwezen.