ECLI:NL:HR:2006:AY7457
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat wegens tekortschieten in informatieplicht bij incassoprocedure en vrijwaringsvordering
In deze civiele zaak stond de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat centraal, die door een bank werd aangesproken wegens toerekenbaar tekortschieten in zijn informatieplicht tijdens een incassoprocedure. De bank had een vordering op een failliete cliënt veiliggesteld via een stamcessieovereenkomst en vorderde betaling van de advocaat.
De advocaat nam een incidentele conclusie tot vrijwaring en vorderde dat de directeur-grootaandeelhouder van de failliete cliënt in vrijwaring zou worden gedagvaard. De rechtbank wees de vrijwaringsvordering toe en verwees de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling. In de hoofdzaak werd de advocaat veroordeeld tot betaling aan de bank, met veroordeling in proceskosten.
De advocaat stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken, maar het hof bekrachtigde de vonnissen en veroordeelde hem in de kosten. Tegen dit arrest stelde de advocaat beroep in cassatie in. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep zonder nadere motivering, bevestigde de eerdere uitspraken en veroordeelde de advocaat in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de advocaat wordt verworpen en de eerdere veroordelingen blijven in stand.