ECLI:NL:HR:2006:AY8322
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling bij overtreding wisselkantorenwet en meldingsplicht ongebruikelijke transacties
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor het beroeps- en bedrijfsmatig uitvoeren van wisseltransacties in strijd met artikel 4 van Pro de Wet inzake de wisselkantoren en voor het niet onverwijld melden van ongebruikelijke transacties zoals vereist in artikel 9 van Pro de Wet melding ongebruikelijke transacties. Het hof stelde vast dat verdachte en een mededader tussen 1997 en 1999 meerdere wisseltransacties uitvoerden zonder de vereiste meldingen te doen.
De verdediging voerde aan dat verdachte in verontschuldigbare rechtsdwaling verkeerde omdat het wisselkantoor waarmee zij jarenlang zaken deed haar niet had gewezen op de onrechtmatigheid van haar handelen en dat de rechtspraak destijds onduidelijk was over de kwalificatie van haar activiteiten. Het hof oordeelde dat verdachte een zelfstandige verplichting had om zich te informeren over de geldende wet- en regelgeving en dat het niet afdoende was om af te gaan op het wisselkantoor. Het hof verwierp daarom het beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad stelde dat het hof niet onjuist heeft geoordeeld en voldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling faalt. Het arrest werd op 31 oktober 2006 uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en verwerpt het beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling.