ECLI:NL:PHR:2006:AY8322
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep verschoonbare rechtsdwaling in economische strafzaak
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Wet op de wisselkantoren en de Wet melding ongebruikelijke transacties. Verdachte voerde onder meer verschoonbare rechtsdwaling aan omdat het wisselkantoor waarmee zij jarenlang zaken deed haar niet op de illegale aard van haar handelen had gewezen.
Het hof oordeelde dat verdachte een zelfstandige verplichting had om zich te informeren over de geldende wet- en regelgeving en dat het beroep op verschoonbare rechtsdwaling daarom moest worden verworpen. Ook stelde het hof vast dat de rechtbank bevoegd was als economische strafkamer te oordelen, ondanks dat dit niet expliciet in de processtukken stond vermeld.
De Hoge Raad bevestigt deze oordelen en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukt dat verdachte niet stilzwijgend mocht vertrouwen op het wisselkantoor en dat onduidelijkheid over de wet niet tot dwaling leidt als geen poging is gedaan om helderheid te verkrijgen. Tevens wordt bevestigd dat de economische strafkamer bevoegd was, gelet op de samenstelling en aanwijzingen van de voorzitter van de strafsector.
De veroordeling tot een geldboete van € 10.000 blijft daarmee in stand. Het arrest onderstreept het belang van eigen onderzoeksplicht en de strikte toepassing van de bevoegdheidsregels voor economische strafkamers.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling en verwerpt beroep op verschoonbare rechtsdwaling.