ECLI:NL:HR:2006:AY8961
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontbreken motivering bewijswaardering verklaringen aangever
De Hoge Raad heeft op 28 november 2006 arrest gewezen in een strafzaak waarin verdachte werd veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarige en bezit van kinderporno. Het hof had verdachte veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof in strijd met artikel 359, tweede lid, Sv niet in het bijzonder had gemotiveerd waarom het was afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verklaringen van de aangever onbetrouwbaar waren en niet tot bewijs konden worden gebruikt. De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad niet de vereiste motivering had gegeven, waardoor het arrest nietig was ex artikel 359, achtste lid, Sv.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het betrekking had op het ten laste gelegde feit en de strafoplegging, en wees de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor een nieuwe berechting. Het overige beroep werd verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het afwijken van een onderbouwd verweer tegen bewijswaardering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontbreken van motivering bij bewijswaardering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.