ECLI:NL:HR:2006:AZ0649
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor diefstal en oplichting ondanks vernietigd geregistreerd partnerschap
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor diefstal en oplichting, nadat hij samen met een medeverdachte geld had opgenomen van de bankrekeningen van een hoogbejaard slachtoffer met dementie. De verdachte voerde in cassatie aan dat hij gerechtigd was over de rekeningen te beschikken vanwege het geregistreerd partnerschap en de tenaamstelling van de rekening mede op naam van zijn moeder.
De Hoge Raad stelde vast dat het geregistreerd partnerschap wegens een gebrek in de wil van het slachtoffer vernietigd was en dat deze vernietiging terugwerkte tot het moment van registratie, waardoor er juridisch nooit een geldig partnerschap heeft bestaan. Dit betekende dat de vermeende toestemming en machtiging niet rechtsgeldig waren.
Het hof had op basis van verklaringen en de omstandigheden kunnen vaststellen dat verdachte het oogmerk had om wederrechtelijk geld toe te eigenen. De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde de veroordeling tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk. Het beroep werd verworpen omdat geen sprake was van een gegrond cassatiemiddel.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk, blijft in stand.