ECLI:NL:HR:2006:AZ0721
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs onjuiste aangifte
De aanvrager verzocht herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter te Leeuwarden, waarbij hij was veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens diefstal met geweld. Het verzoek was gebaseerd op een verklaring van de aangever die terugkwam op zijn eerdere belastende aangifte.
De Hoge Raad oordeelde dat voor herziening slechts omstandigheden van feitelijke aard die niet tijdens het oorspronkelijke onderzoek aan de orde kwamen en die een ernstig vermoeden van onjuistheid wekken, als grondslag kunnen dienen. De enkele verklaring van de aangever dat hij de aangifte ondertekende zonder deze te hebben gelezen, was onvoldoende om aan te nemen dat de oorspronkelijke verklaring onjuist was.
Daarmee ontbrak een omstandigheid die het ernstig vermoeden kon wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst had geleid. De Hoge Raad verklaarde het herzieningsverzoek dan ook kennelijk ongegrond en wees het af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende bewijs voor onjuiste aangifte.