ECLI:NL:HR:2006:AZ1839
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing beleidsregel waarde onroerende zaak bij staking onderneming
Belanghebbende, die tot februari 2000 een agrarische onderneming als eenmanszaak dreef, kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 679.538. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verminderde de aanslag tot ƒ 657.113.
De kern van het geschil betrof de waardering van de onroerende zaak die door staking van de onderneming naar het privévermogen werd overgebracht. De Staatssecretaris van Financiën stelde in cassatie dat belanghebbende niet meer kon terugvallen op de beleidsregel van het Besluit van 16 mei 2001, nr. CPP2001/1381M, omdat diens gemachtigde eerder een overeenkomstig waarderingsvoorstel had afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Besluit een beleidsregel bevat die geldt voor aanslagen die nog niet onherroepelijk zijn en dat belanghebbende zich ook na afwijzing van een overeenkomstig aanbod van de inspecteur nog op deze beleidsregel kan beroepen. Omdat belanghebbende niet heeft gesteld dat het percentage uit het Besluit in zijn geval onjuist was, was toepassing van de beleidsregel door het Hof terecht. Het beroep van de Staatssecretaris werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bekrachtigd.