ECLI:NL:HR:2006:AZ2377
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over onroerend karakter zendinstallatie voor mobiele telecommunicatie
Belanghebbende, een telecomdienstverlener, had op het dak van een flatgebouw een zendinstallatie geplaatst die onderdeel uitmaakt van een landelijk netwerk. De waarde van deze zendinstallatie werd door de gemeente Hengelo vastgesteld en na bezwaar gehandhaafd door het Hof Arnhem, dat oordeelde dat de installatie onroerend is omdat deze duurzaam met het flatgebouw is verenigd.
De Hoge Raad stelt dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door alleen te kijken naar de technische vereniging met het gebouw, zonder te toetsen of de zendinstallatie naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Dit is een vereiste volgens artikel 3:3 lid 1 BW Pro en eerdere jurisprudentie.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van deze maatstaf. Tevens veroordeelt de Hoge Raad het college van burgemeester en wethouders in de proceskosten en bepaalt dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende vergoedt.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.