ECLI:NL:HR:2007:AU6911
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over toepassing Fooienbesluit 1989 op loonberekening horeca
Belanghebbende exploiteerde in 1997 en 1998 een eetcafé en betaalde werknemers minder loon dan het minimumloon volgens de horeca-cao. Het Lisv legde correctienota's op voor nageheven premies over deze jaren, waarbij fooien als loon werden meegerekend op grond van artikel 3 van Pro het Fooienbesluit 1989.
Belanghebbende maakte bezwaar en voerde beroep in bij de Rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Centrale Raad, die de besluiten bevestigde. In cassatie stelde belanghebbende dat het Fooienbesluit niet van toepassing was wanneer de horeca-cao niet algemeen verbindend was en dat het anoniementarief onjuist werd toegepast.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 3 van Pro het Fooienbesluit een eenvoudige waarderingsregel betreft die niet afhankelijk is van de algemeen verbindend verklaring van de cao. Tevens stelde de Hoge Raad dat het begrip "rechtstreeks van de werkgever ontvangen loon" in artikel 3 ook Pro het gebruteerde nettoloon omvat, waardoor premieheffing over fooien bij toepassing van het anoniementarief onjuist was. Klachten over feitelijke aangelegenheden konden niet tot cassatie leiden.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Centrale Raad en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens werd het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de Centrale Raad vernietigd en de zaak terugverwezen.