ECLI:NL:HR:2007:AW2214
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt omzetbelastingplicht verhuur tijdelijke huisvesting buitenlandse werknemers
Belanghebbende verhuurde volledig ingerichte appartementen voor tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers die hun normale verblijfplaats elders behouden. De verhuur vond plaats zonder aanvullende hotelachtige diensten zoals dagelijkse schoonmaak of ontbijtvoorziening. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, die door het Hof werd vernietigd omdat de verhuur niet als hotelbedrijf werd aangemerkt.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de verhuur van dergelijke appartementen, ondanks het ontbreken van aanvullende diensten, vergelijkbaar is met een hotelbedrijf vanwege de tijdelijke aard en het voorzien in een behoefte aan accommodatie waarop hotels zich richten. Dit volgt uit de ruime uitleg van de Zesde richtlijn en het arrest Blasi van het Hof van Justitie.
De Hoge Raad verwierp het middel van de Staatssecretaris en bevestigde dat de verhuur belast is met omzetbelasting. De Minister van Financiën werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verhuur van volledig ingerichte appartementen voor tijdelijke huisvesting van buitenlandse werknemers belast is met omzetbelasting.