ECLI:NL:HR:2007:AZ0220
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vervolging rechtspersoon na naamswijziging en kwalificatie afvalstoffen onder Kaderrichtlijn Afvalstoffen
In deze zaak stond de vraag centraal of de juiste rechtspersoon was gedagvaard na een statutaire naamswijziging en een activa/passiva transactie, en of de stoffen die op de bodem waren gebracht als afvalstoffen konden worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde dat de dagvaarding van de rechtspersoon met gewijzigde naam rechtsgeldig was en dat de feitelijke zeggenschap van de vertegenwoordiger voldoende was om de procedure voort te zetten.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat het hof terecht aansluiting zocht bij de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (75/442 EEG) en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bij de beoordeling of sprake was van afvalstoffen. Het hof had geoordeeld dat asfaltgranulaat en puingranulaat afvalstoffen waren die de bodem konden verontreinigen, ondanks het verweer dat deze stoffen als bouwstof konden worden hergebruikt.
De bewezenverklaring werd met herstel van een kennelijke misslag gelezen, waarbij het onderdeel asfaltgranulaat werd verwijderd. De Hoge Raad verwierp alle middelen van cassatie en bevestigde de veroordeling van de rechtspersoon voor het opzettelijk niet naleven van milieuregels, met een geldboete van duizend euro. Het beroep werd verworpen en de uitspraak van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de rechtspersoon tot een geldboete van duizend euro wegens het opzettelijk niet naleven van milieuregels.