ECLI:NL:HR:2007:AZ2656

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R05/031HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt nietigverklaring bankovereenkomst wegens dwang, bedrog en dwaling

Deze zaak betreft een vordering tot nietigverklaring van een overeenkomst tussen Marielle Investments N.V. en ING Bank N.V. en ING Trust (Antilles) N.V. wegens dwang, bedrog en/of dwaling. De procedure kent een lange voorgeschiedenis, waarbij de Hoge Raad reeds in 2001 een eerdere uitspraak vernietigde en de zaak terug verwees naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Na diverse tussenvonnissen en bewijslevering bevestigde het hof in 2004 het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg dat de overeenkomst nietig verklaarde. Marielle Investments stelde hiertegen beroep in cassatie in, terwijl ING Bank en ING Trust niet verschenen in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af zonder nadere motivering, mede omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Marielle wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn begroot aan de zijde van ING Bank en ING Trust.

De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en de nietigverklaring van de bankovereenkomst op grond van dwang, bedrog en/of dwaling.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Marielle Investments wordt verworpen en het vonnis dat de overeenkomst nietig verklaart wordt bevestigd.

Uitspraak

30 maart 2007
Eerste Kamer
Nr. R05/031HR
MK/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MARIELLE INVESTMENTS N.V.,
gevestigd op Curaçao,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.W.H. van Wijk,
t e g e n
1. ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. ING TRUST (ANTILLES) N.V.,
gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen thans eiseres tot cassatie - verder te noemen: Marielle - en thans verweersters in cassatie - verder afzonderlijk te noemen: ING Bank en ING Trust - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 23 november 2001, rek.nr. R99/205, NJ 2002, 25.
Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 7 september 1999 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar dat hof.
Na verwijzing heeft het hof bij tussenvonnis van 23 april 2002 ING Bank en ING Trust in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen en de zaak daartoe verwezen naar de rol. Bij tussenvonnis van 7 januari 2003 heeft het hof een comparitie van partijen gelast, bij tussenvonnis van 25 februari 2003 Marielle toegelaten tot bewijslevering en bij tussenvonnis van 23 maart 2004 ING Bank en ING Trust toegelaten een akte uitlating producties te nemen. Bij eindvonnis van 30 november 2004 heeft het hof het vonnis van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en Aruba van 12 oktober 1998 bevestigd.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft Marielle beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ING Bank en ING Trust zijn in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Marielle in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING Bank en ING Trust begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 maart 2007.