ECLI:NL:HR:2007:AZ3134
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart OM niet-ontvankelijk wegens verjaring en overschrijding redelijke termijn bij zware mishandeling en vernieling
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage uit 1997, waarbij hij werd veroordeeld voor zware mishandeling en vernieling van een biljart.
De Hoge Raad constateert dat het Openbaar Ministerie gedurende meer dan zes jaar voorafgaand aan het cassatieberoep geen vervolging heeft verricht, waardoor het recht tot strafvordering voor het feit van vernieling is vervallen wegens verjaring volgens art. 70 Sr Pro (oud). Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden door het uitblijven van een rechtsgeldige betekening van de verstekmededeling aan verdachte.
De verdachte was onafgebroken ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, maar het Openbaar Ministerie heeft nagelaten de uitspraak op correcte wijze aan hem bekend te maken. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens verjaring en overschrijding van de redelijke termijn.