ECLI:NL:PHR:2008:BC8669
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending redelijke termijn in strafzaak medeplegen Opiumwet
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 23 december 1996 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Namens verdachte werden twee cassatiemiddelen ingediend. Het eerste middel betrof het niet in acht nemen van het aanwezigheidsrecht door het Hof, omdat de dagvaarding in hoger beroep niet op het recentere adres van verdachte was betekend. Het tweede middel klaagde over schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad constateerde dat de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig was betekend op het adres dat in de gemeentelijke basisadministratie stond geregistreerd, maar dat het Hof het onderzoek had moeten schorsen om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen het onderzoek bij te wonen op zijn recentere adres. Tevens werd vastgesteld dat tussen het vonnis van eerste aanleg en het instellen van het hoger beroep geen pogingen waren gedaan om de verstekmededeling te betekenen, wat een schending van de redelijke termijn opleverde.
Verder bleek dat de Staat gedurende een periode van acht jaar en vijf maanden onvoldoende voortvarendheid had betracht bij de betekening van de verstekmededeling, waardoor de overschrijding van de redelijke termijn aan het Openbaar Ministerie kon worden toegerekend. Gelet op de aard van de zaak, de beperkte straf en de lange tijd sinds het delict, oordeelde de Hoge Raad dat het belang van de verdachte bij niet-ontvankelijkverklaring moest prevaleren boven het belang van de gemeenschap bij normhandhaving.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van de redelijke termijn bij betekening van de verstekmededeling.