ECLI:NL:HR:2007:AZ3281

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00416/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep ondanks samenstelling gerecht in eindarrest

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 13 februari 2007 het cassatieberoep van verdachte verworpen. Het geschil betrof onder meer de samenstelling van het gerecht in het eindarrest van het hof, waarin vermeld stond dat ook raadsheren die niet aan de inhoudelijke behandeling hadden deelgenomen, het arrest mede hadden gewezen.

De zaak werd inhoudelijk behandeld tijdens een terechtzitting op 3 mei 2005, waarna het hof in een tussenarrest bepaalde dat het dossier moest worden aangevuld met een wijziging van de tenlastelegging. Dit stuk werd op een nadere terechtzitting overgelegd, waarna het hof het eindarrest wees.

Verdachte klaagde in cassatie niet over de samenstelling van het gerecht in het eindarrest, althans niet dat het mede was gewezen door raadsheren die niet aan de inhoudelijke behandeling hadden deelgenomen. De Hoge Raad oordeelde dat dit geen grond was voor ambtshalve vernietiging, ondanks het advies van de Advocaat-Generaal tot vernietiging en terugwijzing.

De Hoge Raad motiveerde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd daarom verworpen. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren, en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest ondanks de samenstelling van het gerecht.

Uitspraak

13 februari 2007
Strafkamer
nr. 00416/06
SY/AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 september 2005, nummer 20/003681-03, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het Hof.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen. Daarbij heeft de Hoge Raad in aanmerking genomen dat er in cassatie niet over is geklaagd dat in het eindarrest van 16 september 2005 - al dan niet bij vergissing - is vermeld dat het mede is gewezen door raadsheren die niet hebben deelgenomen aan het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 mei 2005 alwaar de inhoudelijke behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, J.W. Ilsink, W.M.E. Thomassen en H.A.G. Splinter-van Kan in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 13 februari 2007.