ECLI:NL:HR:2007:AZ3596

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00851/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • J.P. Balkema
  • B.C. de Savornin Lohman
  • J.W. Ilsink
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 350 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt onttrekking aan het verkeer bij vrijspraak wegens ontbreken strafbaar feit

De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd voor het bezit van ongeregistreerde en mogelijk valse farmaceutische tabletten, specifiek 270 tabletten met sildenafil (imitatie Viagra). Het hof sprak de verdachte vrij van zowel het primaire als subsidiaire tenlastegelegde. Tijdens het onderzoek werden negen flacons met tabletten in beslag genomen die aan de verdachte toebehoorden.

Het hof beval de onttrekking aan het verkeer van deze flacons omdat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en zij kunnen dienen tot het plegen van soortgelijke misdrijven. Echter, het hof stelde niet vast dat een strafbaar feit was begaan, omdat het de verdachte vrijsprak en daardoor niet aan de vraag toekwam of sprake was van een strafbaar feit.

De Hoge Raad oordeelde dat volgens artikel 36b, eerste lid onder 3°, Wetboek van Strafrecht, onttrekking aan het verkeer alleen kan worden bevolen indien bij de rechterlijke uitspraak wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan, ook bij vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging. Omdat het hof geen strafbaar feit had vastgesteld, was het bevel tot onttrekking aan het verkeer niet rechtsgeldig.

De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de onttrekking aan het verkeer betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van dat onderdeel. Het overige beroep werd verworpen. Hiermee is bevestigd dat onttrekking aan het verkeer niet kan worden bevolen zonder vaststelling van een strafbaar feit.

Uitkomst: Het bevel tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen tabletten is vernietigd wegens ontbreken van vaststelling van een strafbaar feit.

Uitspraak

20 maart 2007
Strafkamer
nr. 00851/06 E
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 19 januari 2006, nummer 20/006223-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Economische Politierechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 22 juni 2004 - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding primair en subsidiair tenlastegelegde, met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie
Het beroep, dat niet is gericht tegen de gegeven vrijspraak, is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.C. Oudijk, advocaat te Venlo, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft het bevel tot onttrekking aan het verkeer en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof, nu het de verdachte heeft vrijgesproken van het tenlastegelegde, voor het bevel tot onttrekking aan het verkeer niet heeft vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan.
3.2.1. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
"primair:
hij op of omstreeks 02 juli 2002 te Eindhoven, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk ongeregistreerde farmaceutische specialités en/of farmaceutische preparaten, te weten 270 tabletten bevattende (de farmacologisch actieve substantie) sildenafil (citraat) (imitatie tabletten Viagra), ter aflevering in voorraad heeft gehad;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 02 juli 2002 te Eindhoven opzettelijk valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, te weten 270 (blauwe diamantvormige) tabletten met opdruk "VGR 50" en "Pfizer" en/of etiketten met het opschrift "VGR 50" en "Pfizer" en/of verpakkingsmateriaal met het opschrift "VGR 50" en "Pfizer", heeft ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verkocht, te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, uitgedeeld en/of in voorraad heeft gehad."
3.2.2. Het Hof heeft de verdachte vrijgesproken van het primair en subsidiair tenlastegelegde en voorts overwogen:
"Onttrekking aan het verkeer
Bij gelegenheid van het onderzoek naar het feit waarvoor de verdachte is vervolgd, zijn de in de beslissing als zodanig te noemen flacons met tabletten in beslag genomen. Deze flacons met tabletten behoorden aan de verdachte toe, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Deze flacons met tabletten zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Uit de aard van het voorwerp volgt dat het kan dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven. Deze flacons met tabletten zullen aan het verkeer worden onttrokken."
3.2.3. De bestreden uitspraak houdt voorts, voor zover hier van belang, het volgende in:
"Beslissing
Het hof:
(...)
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen, ten aanzien waarvan nog geen last tot teruggave is gegeven, te weten: negen witte flacons, met daarin telkens dertig tabletten."
3.3. Art. 36b, eerste lid onder 3°, Sr luidt, voor zover hier van belang:
"1. Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden uitgesproken:
(...)
3° bij de rechterlijke uitspraak waarbij, niettegenstaande vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan."
3.4. Het Hof heeft de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde. Bij gebreke van een bewezenverklaring is het Hof in het kader van het beslissingsschema van art. 350 Sv Pro dus niet toegekomen aan de vraag of sprake was van een strafbaar feit. Nu het Hof de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft bevolen maar het bestreden arrest niets inhoudt omtrent de vaststelling van enig strafbaar feit, is niet voldaan aan het vereiste van art. 36b, eerste lid onder 3°, Sr.
3.5. Het middel is terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissing ter zake van de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen;
Wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
Verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 20 maart 2007.