ECLI:NL:PHR:2024:484
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging onttrekking aan het verkeer van hond na vrijspraak verdachte
De zaak betreft een verdachte die werd vrijgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van het tenlastegelegde aanhitsen van zijn hond. Ondanks deze vrijspraak besloot het hof tot onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen hond. De advocaat van de verdachte stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad oordeelt dat onttrekking aan het verkeer op grond van art. 36b lid 1 onder 3° Sr slechts kan worden uitgesproken indien in de uitspraak is vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan. Nu het hof vanwege de vrijspraak niet heeft vastgesteld dat een strafbaar feit is gepleegd, is niet voldaan aan deze wettelijke vereiste.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het hofarrest moet worden vernietigd voor zover het de onttrekking aan het verkeer betreft en dat de hond aan de verdachte moet worden teruggegeven. Hoewel de hond inmiddels is overleden door euthanasie, blijft het oordeel dat de onttrekking onrechtmatig was en dat de strafrechter een beslissing moet geven over het voorwerp.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest van het hof alleen voor het deel over de onttrekking aan het verkeer, gelast teruggave van de hond en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de hond en gelast teruggave aan de verdachte.