ECLI:NL:HR:2007:AZ4704
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over valselijk opgemaakte creditfacturen en recht op omzetbelastingherziening
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de verdachte en medeverdachten valselijk credit- en debetfacturen hadden opgemaakt gericht aan de Economische Voorlichtingsdienst (EVD) en of zij daarmee strafbare feiten hadden gepleegd. De feiten betroffen creditfacturen van 10 oktober en 12 november 1996 en een debetfactuur van 3 december 1996, waarvan werd gesteld dat deze niet aan de EVD waren uitgereikt en dat de inhoud niet overeenkwam met de werkelijkheid.
Het hof had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf en geldboete wegens valsheid in geschrift en feitelijke leiding. De Hoge Raad stelde vast dat uit de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van de verdachte en medeverdachten, niet zonder meer kon worden afgeleid dat er opzet was om de facturen valselijk op te maken. De creditfacturen waren opgemaakt op verzoek van de Belastingdienst en het besluit om het geld niet terug te betalen was pas later genomen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het niet uitreiken van facturen niet automatisch leidt tot intellectuele valsheid, omdat de inhoud van de facturen correct was en het niet uitreiken een aparte strafbepaling betrof die bovendien was verjaard. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het ging om het tenlastegelegde onder 1 en de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor zover het gaat over valsheid in geschrift en strafoplegging, en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde behandeling.