ECLI:NL:PHR:2007:AZ4704
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over valselijk opmaken van credit- en debetfacturen en recht op omzetbelastingherziening
In deze zaak stond centraal of [A] B.V. valselijk credit- en debetfacturen had opgemaakt gericht aan de Economische Voorlichtingsdienst (EVD) met het oogmerk deze als echt te gebruiken, terwijl de facturen niet aan de EVD waren verzonden en het geld niet was terugbetaald. De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kon worden afgeleid dat de creditfacturen op het moment van opmaken met opzet valselijk waren opgesteld, aangezien het mogelijk was dat het besluit om het geld niet terug te betalen pas later was genomen.
Daarnaast werd het recht op herziening van ten onrechte gefactureerde omzetbelasting besproken. De Hoge Raad bevestigde dat volgens het Europese recht en de Nederlandse beleidsregels het recht op teruggaaf niet afhankelijk is van de uitreiking van een creditfactuur aan de debiteur, mits het gevaar voor verlies van belastinginkomsten is uitgesloten.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het betrekking had op het valselijk opmaken van de creditfacturen en verwees de zaak terug naar het hof voor herbeoordeling. De veroordeling voor de debetfactuur bleef in stand, omdat deze factuur was opgemaakt om de boekhouding recht te trekken en de inhoud vals bleek. De zaak bevat uitgebreide overwegingen over intellectuele valsheid, het bewijs van opzet en de fiscale verplichtingen tot facturering.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de creditfacturen en de zaak wordt terugverwezen; de veroordeling voor de debetfactuur blijft gehandhaafd.