ECLI:NL:HR:2007:AZ4852

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R05/141HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen

In deze zaak gaat het om de tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling voor de verzoekers, die in cassatie zijn gegaan tegen een eerdere uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De verzoekers, die beiden wonen in [woonplaats], hadden in 2002 de schuldsaneringsregeling aangevraagd, welke door de rechtbank te 's-Gravenhage op 4 augustus 2005 op voordracht van de rechter-commissaris werd beëindigd. De verzoekers gingen in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het gerechtshof bekrachtigde het vonnis op 18 oktober 2005. Hierna hebben de verzoekers cassatie ingesteld.

De Hoge Raad heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat de in de middelen aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad oordeelt dat er geen noodzaak is voor nadere motivering, aangezien de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwerpt het beroep van de verzoekers, waarmee de eerdere uitspraken van de lagere rechters in stand blijven.

Deze uitspraak is gedaan door de raadsheren P.C. Kop, A. Hammerstein, W.D.H. Asser en openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.

Uitspraak

23 februari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/141HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 oktober 2002 is ten aanzien van verzoekers tot cassatie - verder te noemen: [verzoekers] - de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Bij vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 4 augustus 2005 is de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekers] op voordracht van de rechter-commissaris beëindigd.
Tegen dit vonnis hebben [verzoekers] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling op 11 oktober 2005 heeft het hof bij arrest van 18 oktober 2005 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.