ECLI:NL:HR:2007:AZ4852
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen
In deze zaak gaat het om de tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling voor de verzoekers, die in cassatie zijn gegaan tegen een eerdere uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage. De verzoekers, die beiden wonen in [woonplaats], hadden in 2002 de schuldsaneringsregeling aangevraagd, welke door de rechtbank te 's-Gravenhage op 4 augustus 2005 op voordracht van de rechter-commissaris werd beëindigd. De verzoekers gingen in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het gerechtshof bekrachtigde het vonnis op 18 oktober 2005. Hierna hebben de verzoekers cassatie ingesteld.
De Hoge Raad heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat de in de middelen aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad oordeelt dat er geen noodzaak is voor nadere motivering, aangezien de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwerpt het beroep van de verzoekers, waarmee de eerdere uitspraken van de lagere rechters in stand blijven.
Deze uitspraak is gedaan door de raadsheren P.C. Kop, A. Hammerstein, W.D.H. Asser en openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.