ECLI:NL:PHR:2007:AZ4852
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen
Verzoekers in cassatie zijn gehuwd en waren onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die door het hof 's-Gravenhage in oktober 2002 was uitgesproken. De rechtbank 's-Gravenhage besloot op verzoek van de rechter-commissaris de regeling tussentijds te beëindigen wegens het niet nakomen van essentiële verplichtingen door verzoekers, zoals het niet informeren van de bewindvoerder over inkomsten en het niet afdragen van inkomsten aan de boedel.
Verzoekers gingen in beroep bij het hof, dat het vonnis van de rechtbank op 18 oktober 2005 bekrachtigde. Het hof oordeelde dat verzoekers onvoldoende hun stellingen hadden onderbouwd en geen blijk hadden gegeven van een positieve saneringsgezindheid. Diverse klachten van verzoekers over het oordeel van het hof werden door de Hoge Raad onderzocht en verworpen, omdat zij onvoldoende feitelijke grondslag hadden of niet waren onderbouwd.
De Hoge Raad benadrukte dat de cassatieprocedure gebonden is aan de feiten vastgesteld in het bestreden arrest en dat nieuwe feitelijke stellingen niet kunnen worden ingebracht. Het cassatieberoep werd daarom verworpen, waarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling definitief bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling blijft gehandhaafd.