ECLI:NL:HR:2007:AZ5450

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/089HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 RWNArt. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van onjuiste persoonsgegevens

Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om vast te stellen dat zij vanaf 30 september 1999 de Nederlandse nationaliteit bezit. Dit verzoek was gebaseerd op een naturalisatiebesluit dat vóór 1 april 2003 was verleend, maar waarin onjuiste persoonsgegevens waren opgenomen.

De rechtbank wees het verzoek af bij beschikking van 13 april 2006. Verzoekster stelde daarop beroep in cassatie bij de Hoge Raad. De Staat der Nederlanden verzocht het beroep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, mede omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd derhalve verworpen.

De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van het naturalisatiebesluit ondanks de onjuiste persoonsgegevens en benadrukt het belang van rechtszekerheid in het nationaliteitsrecht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap.

Uitspraak

23 februari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/089HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.A. Groen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 13 mei 2005 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - zich gewend tot die rechtbank en verzocht vast te stellen dat zij vanaf 30 september 1999 de Nederlandse nationaliteit bezit.
Verweerder in cassatie - verder te noemen: de Staat - heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek.
De rechtbank heeft bij beschikking van 13 april 2006 het verzoek afgewezen.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 30 juni 2006, nr. R05/095, RvdW 2006, 669).
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.