ECLI:NL:PHR:2011:BP0569
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen rechtsgevolg voor naturalisatiebesluit met valse persoonsgegevens vóór 2003
Verzoeker, geboren in Iran en sinds 1992 in Nederland, kreeg in 1998 het Nederlanderschap toegekend op basis van een naturalisatiebesluit met persoonsgegevens die later als onjuist werden aangemerkt. De IND stelde dat de werkelijke identiteit en geboortedatum anders waren dan in het besluit vermeld, waardoor het besluit geen rechtsgevolg heeft.
Na een bezwaar- en beroepsprocedure bij de bestuursrechter en Raad van State, die het besluit bevestigden, verzocht verzoeker bij de rechtbank om vaststelling van het Nederlanderschap. De rechtbank wees dit verzoek af omdat het naturalisatiebesluit met valse persoonsgegevens was verkregen en geen bijzondere omstandigheden waren gebleken die voldoende identificatie konden waarborgen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de cassatieklachten van verzoeker. De Hoge Raad stelde dat de jurisprudentie die stelt dat dergelijke besluiten geen rechtsgevolg hebben, ook in de praktijk niet wordt herzien. Klachten over motivering, toepassing van uitzonderingen, en vermeende schending van EVRM-artikelen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het naturalisatiebesluit van verzoeker mist rechtsgevolg wegens gebruik van valse persoonsgegevens en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen.