ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7552
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap na gebruik valse personalia bij naturalisatie
Verzoekers, bestaande uit een moeder en haar twee minderjarige kinderen, hebben het Nederlanderschap aangevraagd en verkregen op basis van valse personalia. De moeder heeft bij haar naturalisatieverzoek een andere naam opgegeven dan haar werkelijke naam en heeft haar verblijf in Duitsland verzwegen. De IND stelde dat hierdoor het Nederlanderschap niet rechtsgeldig is verkregen en dat verzoekers als vreemdelingen moeten worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat het naturalisatiebesluit van vóór 1 april 2003 geen rechtsgevolg heeft indien valse persoonsgegevens zijn gebruikt, tenzij bijzondere omstandigheden dit anders rechtvaardigen. In deze zaak zijn geen bijzondere omstandigheden vastgesteld die de identificatie van verzoekers rechtvaardigen. Het beroep op het Europese Rottmann-arrest wordt verworpen omdat dit arrest niet van toepassing is op verzoekers die niet eerder EU-burgers waren.
De rechtbank concludeert dat het Nederlanderschap nooit is verkregen en wijst het verzoek af. Dit betekent dat ook de minderjarige kinderen het Nederlanderschap niet hebben verkregen. De beschikking is gegeven door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2012.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling Nederlanderschap wordt afgewezen omdat naturalisatie is verkregen met valse personalia.