ECLI:NL:HR:2007:AZ5555
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C. Schaap
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over stelplicht en bewijslast bij tijdige terpostbezorging bezwaarschrift
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2001, waarbij het bezwaarschrift op 4 juni 2004 door de inspecteur werd ontvangen, terwijl de termijn tot 1 juni 2004 liep. Het hof verklaarde het beroep ongegrond omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig ter post was bezorgd.
Belanghebbende stelde in cassatie dat op grond van paragraaf 6.1.3 van het Voorschrift Awb het bezwaarschrift dat binnen zeven weken na dagtekening door de inspecteur is ontvangen, wordt vermoed tijdig ter post te zijn bezorgd, tenzij uit het bezwaarschrift of anderszins blijkt dat de termijn is overschreden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte niet had vastgesteld of de inspecteur aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift buiten de termijn ter post was bezorgd.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de tijdige terpostbezorging van het bezwaarschrift.