ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7668
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet-verschoonbare overschrijding bezwaartermijn WWB
Appellant diende op 6 oktober 2006 een aanvraag bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College liet de aanvraag bij besluit van 13 november 2006 buiten behandeling. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij de zittingsuitnodiging te laat ontving en dat zijn slechte gezondheid de termijnoverschrijding moest verontschuldigen. De Raad oordeelde dat appellant geen adreswijziging aan de rechtbank had doorgegeven, waardoor de uitnodiging terecht naar het oude adres was gestuurd. De ontvangst van de uitnodiging na de zitting was voor zijn rekening.
Verder werd vastgesteld dat het bezwaarschrift niet tijdig was ingediend, omdat het pas na de termijn bij het College was ontvangen en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het tijdig was verzonden. De slechte gezondheid van appellant werd niet als verschoonbare reden erkend, mede omdat hij binnen de termijn contact had met zijn gemachtigde. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.