ECLI:NL:HR:2007:AZ5689
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van een in het Koninkrijk geboren niet-erkend onwettig kind
Verzoeker heeft bij de rechtbank te 's-Gravenhage verzocht om vaststelling dat hij sinds zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap en artikel 1, aanhef en onder d, van de Wet op het Nederlanderschap van 1892, die betrekking hebben op de verkrijging van de nationaliteit door in het Koninkrijk geboren niet-erkende onwettige kinderen.
De rechtbank heeft het verzoek op 2 maart 2006 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Staat der Nederlanden heeft verzocht het beroep te verwerpen en de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van verzoeker beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de beschikking in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2007 door raadsheer E.J. Numann, onder voorzitterschap van P.C. Kop en met medewerking van C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt verworpen.