ECLI:NL:HR:2007:AZ7078
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen schending ne bis in idem-beginsel bij dwangsominvordering en strafvervolging
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van milieuregels door het lozen van afvalwater met overschrijding van vergunningparameters.
Verdachte voerde in het hoger beroep aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het ne bis in idem-beginsel, omdat de Minister van Verkeer en Waterstaat al dwangsommen had ingevorderd voor dezelfde feiten. Het hof verwierp dit verweer en motiveerde dat de invordering van dwangsommen door een bestuursorgaan niet gelijkstaat aan strafvervolging en dus het ne bis in idem-beginsel niet schaadt.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat Nederland een voorbehoud heeft gemaakt bij artikel 14 lid 7 van Pro het IVBPR, waardoor eerdere bestuursrechtelijke dwangsommen niet verhinderen dat strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Tevens benadrukt de Hoge Raad dat de dwangsommen een preventief en bestuursrechtelijk karakter hebben en geen strafrechtelijke sancties vormen.
Het beroep in cassatie wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft en de veroordeling tot een geldboete van € 20.000,- gehandhaafd wordt.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete van € 20.000,- blijft in stand.