ECLI:NL:HR:2007:AZ7608

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/181HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering onbetaalde facturen tussen leverancier en holding

Copaco Nederland B.V. vorderde betaling van €82.131,07 van Ceylon Holding B.V. wegens onbetaalde facturen voor geleverde computerproducten. De rechtbank Utrecht wees de vordering af in het eindvonnis van 23 juli 2003, welke beslissing werd bekrachtigd door het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 14 april 2005.

Copaco stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

Het cassatieberoep werd verworpen en Copaco werd veroordeeld in de proceskosten van Ceylon Holding. Hiermee blijft de afwijzing van de vordering onbetaalde facturen definitief in stand.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt afwijzing vordering onbetaalde facturen.

Uitspraak

2 februari 2007
Eerste Kamer
Nr. C05/181HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
COPACO NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
t e g e n
CEYLON HOLDING B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E.D. Drok.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Copaco - heeft bij exploot van 14 juli 2005 verweerster in cassatie - verder te noemen: Ceylon Holding - gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd Ceylon Holding te veroordelen aan Copaco te betalen een bedrag van € 82.131,07.
Ceylon Holding heeft de vordering bestreden.
Na op 30 oktober 2002 en 23 april 2003 een tussenvonnis te hebben gewezen, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 23 juli 2003 de vordering afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft Copaco hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 14 april 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Copaco beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Ceylon Holding heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Copaco heeft bij brief van 8 december 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Copaco in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ceylon Holding begroot op € 2.411,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 februari 2007.