ECLI:NL:HR:2007:AZ8511
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak en verwijzing in zaak naheffing BPM zonder intrekking vrijstellingsbeschikking
Belanghebbende ontving een naheffingsaanslag BPM van ƒ 14.503 wegens vermeende onjuiste gegevens bij de aanvraag van een vrijstelling voor een personenauto. De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar, maar het hof vernietigde deze en oordeelde dat de vrijstellingsbeschikking alleen door intrekking voorafgaand aan registratie kon worden beëindigd.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof artikel 20, lid 1, tweede volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen onjuist had toegepast. Volgens de Hoge Raad kan de Inspecteur de BPM naheffen zonder voorafgaande intrekking van de vrijstellingsbeschikking als blijkt dat de vrijstelling ten onrechte is verleend.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof, behoudens het onderdeel over griffierecht, en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Tevens werd bepaald dat het verwijzingshof zal beoordelen of belanghebbende proceskostenvergoeding toekomt.
Deze uitspraak verduidelijkt de mogelijkheid van naheffing BPM zonder intrekking van een eerder verleende vrijstelling en benadrukt de zelfstandige werking van artikel 20 AWR Pro in dit kader.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling met toepassing van artikel 20 AWR.