ECLI:NL:GHARN:2007:BC0844
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op BPM-verhuisboedelvrijstelling voor professioneel tennisser door ontbreken overbrenging normale verblijfplaats
Belanghebbende, een professioneel tennisser, had in 1998 werkzaamheden en woonruimte in zowel Nederland als Duitsland. Hij vroeg vrijstelling van BPM aan voor twee uit Duitsland afkomstige personenauto's, stellende dat hij zijn normale verblijfplaats naar Nederland had overgebracht.
De Inspecteur wees de vrijstelling af en legde naheffingsaanslagen op. Na eerdere vernietiging door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigde de Hoge Raad deze uitspraken en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem.
Het Hof Arnhem oordeelde dat belanghebbende het permanente centrum van zijn belangen in Nederland had, mede door eigendom en gebruik van een Nederlands appartement en financiële belangen behartigd door zijn vader in Nederland. Echter, het Hof concludeerde dat belanghebbende zijn normale verblijfplaats niet naar Nederland had overgebracht omdat hij ook in Duitsland woonruimte had, daar sociale contacten onderhield en langdurig verbleef.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat belanghebbende onjuiste gegevens had verstrekt over het aanhouden van woonruimte in Nederland. Ook het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens onvoldoende vergelijkbare situaties.
De naheffingsaanslagen werden bevestigd en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen BPM zijn bevestigd omdat belanghebbende zijn normale verblijfplaats niet naar Nederland heeft overgebracht.